De laatste tijd wordt er steeds meer geschreven over risicovol buitenspel. Maar de term risico is natuurlijk beladen. Het heeft een negatieve bijsmaak en klinkt als iets wat we moeten vermijden. Zeker wanneer het over kinderen gaat. En misschien nog wel meer als we het hebben over kinderen in de kinderopvang. Want de laatste jaren zijn we meer en meer risico’s gaan vermijden. Met steeds strengere regels om de veiligheid van de kinderen te waarborgen. Tot we op een moment kwamen dat we kinderen moesten gaan leren hoe ze moesten vallen met zogenaamde valtrainingen. En toch heb ik het gevoel dat op dat moment niet de alarmbellen gingen rinkelen…

In plaats van in te zetten op de oorzaak van het onvermogen om een val te kunnen breken, wat gebrek aan ervaring is, gingen we kinderen van 4 of 5 jaar leren hóe ze moeten vallen. Tijdelijk naar mijn idee een goede oplossing (ze moeten het toch leren), maar als je naar het brede perspectief kijkt, moet dit anders aangepakt worden en vooral in een eerder stadium. Kinderen moeten vanaf kleins af aan gewoon leren vallen. En de enige manier is om ze daar de ruimte voor te geven. Daar is voor ouders een rol weggelegd, maar in de kinderopvang kunnen we ook een belangrijke rol vervullen. Door kinderen de ruimte te geven tijdens hun buitenspel en de nodige risico’s te laten nemen, ondersteunen we een gezonde ontwikkeling van kinderen. Maar wat betreft risicovol spel staan we nog redelijk in de kinderschoenen in Nederland. Gelukkig lijkt er nu wel een kentering te komen in het gevoel dat we kinderen tegen elk risico moeten beschermen. Daar waar in Engeland al jaren geschreven wordt over het belang van “risky play”, zijn we daar in Nederland wat later mee. Risicovol spel, zoals we het hier vertaald hebben, klinkt ook niet zo leuk als “risky play”. En dat is hem deels gelegen in de term risico. Als we die term nu eens vervangen door avontuurlijk, dan klinkt het al een stuk leuker! Want wat voor jou een risico lijkt, is voor de ander misschien wel acceptabel.

Dus laten we eens kijken naar avontuurlijk buitenspel. Ik zie dan BSO kinderen voor me die hutten bouwen, vuurtje stoken en in bomen klimmen. Maar net zo goed denk ik aan peuters die balanceren over een boomstam of een dreumes die met grote moeite de heuvel opkruipt omdat hij ook boven op de top een kijkje wil nemen. Nu zijn dit dingen bij veel kinderdagverblijven al gebeuren. Valt hier dan nog meer uit te halen? Ik denk van wel. Ik denk dat dit kan door in te zetten op verbetering van de mogelijkheden en de begeleiding die we kinderen bieden. Daar waar we binnen vaak heel ondersteunend zijn in activiteiten, zijn we buiten meer geneigd een beschermende houding aan te nemen door kinderen te behoeden voor blauwe plekken, schrammen en builen. En onder andere dat is waar winst valt te halen. Door kinderen de ruimte te geven hun eigen fouten te maken.

Dus kom maar op met dat avontuurlijke buitenspel! Val, krijg blauwe plekken, maar vooral leer en geniet!